24/04/2017

Laboratorium van dichtbij – episode 1: Jarenlange ervaring met kwaliteitstesten

Bij Vitrapack werken zeven personen in het laboratorium. Op een totaal van 80 medewerkers is dat een behoorlijk groot aandeel. Vroeger bestond het labo uit twee verschillende onderdelen: een kwaliteitslabo en een inktlaboratorium. In 2007 werd beslist om die twee samen te voegen. Zo moedigt Vitrapack kennisuitwisseling en het delen van expertise onder de medewerkers aan. Elsje Laeremans (quality assurance manager) en Joost Sprengers (R&D – quality control manager) vertellen honderduit over het reilen en zeilen in het labo. Daarbij tonen ze zich als sterke tandem: ze nemen het woord van elkaar over wanneer waardevolle aanvulling mogelijk is.

Joost Sprengers aan het werk in het laboratorium.

Joost Sprengers aan het werk in het laboratorium.

Het laboratorium vervult een sleutelrol bij Vitrapack. Joost: ‘Wanneer je voor de voedingsindustrie werkt, is het essentieel dat je alles perfect onder controle houdt. Zo garanderen we dat onze klanten veilige producten op de markt kunnen brengen.’ Dat is de eerste opdracht van het laboratorium: kwaliteitsgaranties bieden, en dat doet het vooral door toegepast onderzoek uit te voeren.

“Wanneer je voor de voedselindustrie werkt, is het essentieel dat je alles perfect onder controle houdt.” Dat is de eerste opdracht van het laboratorium: kwaliteitsgaranties bieden.

‘Anderzijds is er ook een luik rond R&D’, gaat Joost verder, ‘waarbij medewerkers van het laboratorium innovaties en nieuwe toepassingen bestuderen. Onder de noemer research & development volgen we vooral de zaken op waar ze aan de universiteiten mee bezig zijn. We hebben de voorbije jaren twee grote studies opgevolgd. Het ene onderzoek handelde over bioplastics, het andere over migratie. Verder bouwende op dat laatste onderzoek, verdiepen we ons ook verder in functionele barrières voor o.a. MOSH en MOAH.’

Eind jaren tachtig startte Elsje mee het labo op.

Eind jaren tachtig startte Elsje mee het labo op.

Opstart labo op vraag van klanten

Dat het laboratorium vooral de kwaliteit bewaakt, is het logische gevolg van vragen van klanten. Toen er eind jaren ’80 steeds meer vragen van klanten kwamen om tests te doen, startte Elsje het labo mee op. Elsje: ‘Klanten wilden garanties dat onze folies voedsel-veilig waren, en geschikt voor verwerking op hun machines. Het oprichten van een eigen labo was dan ook een vanzelfsprekende stap.’

“Klanten wilden garanties dat onze folies voedsel-veilig waren, en geschikt voor verwerking op hun machines. Het oprichten van een eigen labo was een vanzelfsprekende stap.”

Dankzij haar scheikundige achtergrond beschikte Elsje over het perfecte profiel om een voortrekkersrol op te nemen. Haar vader, Jan Laeremans Sr., vertrouwde de opstart van het labo dan ook aan haar toe. Na bijscholingen, o.a. bij leveranciers, startte het labo in 1991 officieel. Dat was ook het jaar waarin de eerste apparatuur werd aangeschaft: een gaschromatograaf, een trekbank en sealapparaat vormden haar belangrijkste instrumenten.

Restsolventen controleren

De gaschromatograaf is het belangrijkste toestel uit het labo. Elsje: ‘We drukken met inkten op solventbasis. We moeten daarom nagaan hoeveel solventen er achter blijven. Met dit toestel kunnen we dat testen.’ Dat is een controle die continu wordt uitgevoerd, op alles wat wordt geproduceerd.

“Als het restgehalte van de solventen te hoog is, zou dat de smaak of geur van het verpakte product kunnen beïnvloeden.”

Joost geeft aan waarom dat zo belangrijk is: ‘Als het restgehalte van de solventen te hoog is, zou dat de smaak of de geur van het verpakte product kunnen beïnvloeden. Dat willen we uiteraard voorkomen.’ Het controleren op de aanwezigheid van restsolventen heeft ook een tweede voordeel, vult Elsje aan: ‘Wanneer de inkt niet droog genoeg is, kan er overzetting (‘set-off’) zijn van de inkt op de binnenkant van de folie. Dan is er contact tussen het product en de inkten, wat niet voedselveilig is. Dankzij deze controle kunnen we dat voorkomen.’

Paul doet een controle aan de sealtester. Zo gaat hij na of de verpakker, aan de gewenste snelheid, perfect luchtdichte verpakkingen kan vormen.

Paul doet een controle aan de sealtester. Zo gaat hij na of de verpakker, aan de gewenste snelheid, perfect luchtdichte verpakkingen kan vormen.

Sealtests uitvoeren

Een tweede belangrijk instrument uit het laboratorium is de trekbank. Elsje: ‘Daarmee kan je o.a. testen hoe stroef of hoe glad een folie is. Er worden ook sealtests mee gedaan. We maken seals – sluitingen – en met de trekbank testen we of de folie goed of slecht gehecht is, door die opnieuw uit elkaar te trekken. Dat doen we niet standaard, maar enkel wanneer we klachten krijgen.’

“We kunnen stalen op heel korte termijn testen, hier intern, zonder de filmleverancier te moeten in schakelen. Zo win je veel tijd.”

Joost: ‘Dat is inderdaad een extra service naar onze klanten toe. Als één van hen iets vreemd vaststelt, gaan onze vertegenwoordigers ter plaatse en nemen stalen mee. Wij kunnen die intern op hele korte termijn testen, zonder de filmleverancier te moeten inschakelen. Zo win je veel tijd. Want als je daar op een onderzoek moet wachten, ben je al snel anderhalve of twee maanden verder. Wij kunnen veel korter op de bal spelen.’

Joost Sprengers en Elsje Laeremans, twee van onze experten uit het laboratorium.

Joost Sprengers en Elsje Laeremans, twee van onze experten uit het laboratorium.

JOOST SPRENGERS | R&D – quality control manager

  • Industrieel Ingenieur Chemie
  • Master-na-master Industriële Kunststofverwerking
  • Postacademische opleiding : Verpakking van levensmiddelen (UGent)
  • Opvolging van onderzoek bij consortium Pack4Food

ELSJE LAEREMANS | R&D – quality assurance

  • A1 Farmaceutische en biologische technieken
  • Certificaten opmaken
  • Wetgeving opvolgen
  • Opvolgen van het BRC-Packaging kwaliteitssysteem
  • Zus van CEO Jan en personeelshoofd Marleen

Dit is het eerste deel van reeks verhalen waarin Joost Sprengers en Elsje Laeremans je laten meekijken in het laboratorium. Komen in de volgende episodes nog aan bod: samenwerking met universiteiten, uitleg over migratie en barrière-eigenschappen van folies, continue kwaliteitscontrole en traceability.