24/04/2017

Bedrijfsgeschiedenis van dichtbij – episode 2: nostalgische geluiden

Vitrapack is een familiebedrijf met een lange geschiedenis. Voor dit verhaal duiken we het verleden in met zeven fiere anciens van het bedrijf: Jos, Dany, Paul, Marleen, Frank, Viviane en Danny.

Jaren zeventig: meisjes vullen de Vitra zakjes met snoepjes.

Jaren zeventig: meisjes vullen de Vitra zakjes met snoepjes.

Kantoorleven in de jaren zeventig

De zeven anciens die rond te tafel zitten hebben samen meer dan 250 jaar ervaring bij Vitrapack. Ze zijn een heel leven lang trouw aan dezelfde werkgever. ‘We zijn hier altijd goed gesoigneerd’, klinkt het unisono. Voor sommige anciens nadert de dag dat ze op pensioen gaan. Maar voor ze naar de toekomst kijken, vragen we hen om eerst nog achterom te kijken, naar de periode waarin ze bij Vitrapack aan de slag gingen. Hoe zag hun eerste werkdag er uit? Wat herinneren ze zich nog van hun eerste werkweken?

“Alles ging manueel. Alles werd op de schrijfmachine getypt. Het was monnikenwerk!”

‘Goh, dat is zooo lang geleden. Nu voelen we ons pas écht oud!’, lacht Viviane. Even blijft het stil aan tafel. En dan glimlacht iemand om een herinnering en vertelt over steno. Meteen daarna volgt een stroom van kleine details over het kantoorleven in de jaren zeventig: er wordt gevloekt om handgeschreven personeelsregisters en orderboeken, met verbazing teruggedacht aan getypte orderbevestigingen die per post naar de klant werden gestuurd, gelachen om postzegels plakken met een stempelkussen. ‘Alles ging manueel. Alles werd op een schrijfmachine getypt. Het was monnikenwerk’, klinkt het.

Viviane denkt terug aan haar beginjaren bij Vitrapack.

Viviane denkt terug aan haar beginjaren bij Vitrapack: “Het leven was eenvoudiger toen wij hier begonnen te werken.”

De tijd tikte anders

De nostalgische verbazing waaiert van de bureaus verder uit naar andere plekken in het bedrijf. Frank staat in gedachten plots voor de allereerste keer opnieuw oog in oog met een tikklok. ‘Als jonge gast had ik dat nog nooit gezien. Het was een speciale machine. Hoe werkt dat? Een kaart erin, een scherpe tik, en daar stond de datum, het uur en je naam of je tiknummer erop.’ Paul duikt nog dieper het verleden in: ‘Maar dat was al modern, hé. Ik heb nog een tikklok geweten met een rolletje papier waar je je naam moest opschrijven. Dat zei tonk, in plaats van tik.’

Het nabootsen van die klanken roept bij Viviane andere luide, ritmische geluiden op: ‘Als er telefoon kwam voor Dany terwijl die in het atelier aan het werk was, dan kon ik hem niet doorverbinden, want daar stond toen nog geen telefoontoestel. We werkten met geluidssignalen die doorheen het hele bedrijf galmden. Iedereen had zo zijn eigen teken, zijn eigen code – twee keer lang, kort, lang, bijvoorbeeld – dan wisten de mensen voor wie er telefoon was.’

Paul: “Ik heb nog een tikklok geweten met een rolletje papier waar je je naam moest opschrijven. Dat zei tonk, in plaats van tik.”

Het valt op dat de woordenschat veranderd is. Nu de anciens samen het verleden induiken, spreekt iedereen aan tafel over den atelier. Tegenwoordig heet dat de productiehal. Marleen vult aan: ‘Vroeger hadden we hier tinkot: het inktkot. Vandaag is dat geen kot meer: het is een heuse inktkeuken geworden, met een laboratorium.’

Dit is het tweede deel van een reeks over de geschiedenis van Vitrapack. We duiken – ietwat nostalgisch – in het verleden. Genoten van de lectuur? Deel dit verhaal met collega’s, vrienden, kennissen of familie. Schrijf iemand in op deze nieuwsbrief.